Telemarketing

Op 25 maart 2020 stuurde staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK) het wetsvoorstel om telemarketing onder een opt-in regiem te brengen naar de Tweede kamer. Dit houdt in dat het bel-me-niet register verdwijnt. Met deze wet maakt Mona Keijzer het voor goede doelen vrijwel onmogelijk om, zonder toestemming vooraf, mensen telefonisch te benaderen. Op 1 juli heeft Mona Keijzer de vragen van de vaste commissie EZK hierover beantwoord en naar de Tweede kamer gestuurd. De staatssecretaris lijkt op geen enkele manier tegemoet te willen komen aan de bijzonder positie van goede doelen. Zowel ons pleidooi om goede doelen uit te zonderen van het op-in regiem als het pleidooi voor een verruiming van de klantrelatie is geheel afgewezen. Zij is niet bereid om goede doelen hier enige ruimte te geven. Lees hier onze belangenbehartiging op het gebied van telemarketing.

BIJZONDERE POSITIE GOEDE DOELEN 
Goede doelen vervullen een belangrijke rol in de samenleving en moeten het publiek kunnen vragen om hulp en steun. Zeker aan dié mensen die op de één of andere manier al betrokken zijn bij de missie van een goed doel. Zij doen dit niet voor zichzelf, maar voor anderen in geval van bijvoorbeeld een ramp, hongersnood of vanwege andere maatschappelijke vraagstukken. Hierin verschillen zij wezenlijk van commerciële partijen.

GEVOLGEN WETSVOORSTEL
Als dit wetsvoorstel wet wordt, zijn de gevolgen voor het werk van goede doelen groot. Het is voor goede doelen dan niet meer mogelijk om mensen, zonder toestemming vooraf, telefonisch te benaderen voor steun of hulp, tenzij er sprake is of recent is geweest van een financiële relatie (de klantrelatie). Er zal als gevolg zo’n 100 miljoen euro minder beschikbaar zijn voor hun werk. Tijdens de coronacrisis hebben goede doelen laten zien dat ze relevanter zijn dan ooit, terwijl diezelfde coronacrisis ook al enorme gevolgen heeft voor de inkomsten en dus het werk van goede doelen.

Goede doelen bellen in de regel alleen mensen die al aangegeven hebben te sympathiseren met het betreffende maatschappelijke doel. Dit blijkt ook uit het gegeven dat van de 80 miljoen jaarlijkse telefoontjes slechts 6% van goede doelen komt. Bovendien wijst aanvullend onderzoek (Zest onderzoek) uit dat burgers in overgrote meerderheid geen bezwaar hebben tegen een telefonische benadering door goede doelen. Dit is wezenlijk anders dan het Kantar onderzoek uitwijst dat in opdracht van de overheid is uitgevoerd en de basis vormde voor het wetsvoorstel.

GEEN OPT-IN VOOR ERKENDE GOEDE DOELEN EN VERRUIMING VAN DE KLANTRELATIE
Wij vinden dat het voor CBF-erkende goede doelen mogelijk moet blijven om telefonisch een beroep te doen op de steun van het publiek. Wij dragen hiervoor zeven argumenten aan: 

1. De belangrijke maatschappelijke rol van goede doelen
2. Het sterk zelfregulerende karakter van de sector
3. De bijzondere positie van goede doelen versus commerciële organisaties
4. Het grote belang van persoonlijk (telefonisch) contact
5. Het feit dat goede doelen in de regel alleen mensen bellen die al betrokken zijn bij hun missie
6. De grote gevolgen voor het werk van goede doelen
7. Onvoldoende genuanceerd onderzoek als basis voor het wetsvoorstel  

Ook vinden wij de in het wetsvoorstel opgenomen definitie van de klantrelatie voor goede doelen niet passend. Juist mensen die betrokken zijn bij de missie van een goed doel moeten telefonisch benaderd kunnen worden voor hulp of steun. 

Stel een vraag

Kyra van der Meulen

senior communicatieadviseur / persvoorlichter
06 - 52 38 21 48
Email
Documenten
Bekijk ook
Externe links
Gerelateerd Nieuws

Mona Keijzer heeft geen boodschap aan het...

Op 1 juli heeft staatssecretaris Keijzer de vra

Kamervragen over positie van goede doelen...

Vijf politieke partijen hebben op aangeven van

Stand van zaken Telemarketing

In februari sprak de Tweede Kamer met staatssec