Sector zet stevig in op ándere relatie met de overheid

Onze sector wordt in toenemende mate geconfronteerd met ongewenst overheidsingrijpen. Goede Doelen Nederland heeft, al dan niet in SBF verband, diverse initiatieven genomen om tot een andere relatie en samenwerking met de overheid te komen.

Ongewenst overheidsingrijpen ligt op de loer door verschillende (concept) wetsvoorstellen of beleidsvoornemens van de overheid met grote negatieve gevolgen voor het werk van de sector. De mogelijkheid om een beroep te doen op de steun van het publiek wordt beperkt en de geefbereidheid wordt aangetast.

Gebrek aan centrale coördinatie
De voorstellen komen steeds van wisselende ministeries en hebben een grote negatieve impact op het functioneren van de filantropie. Het gaat bijvoorbeeld over het conceptwetsvoorstel  ‘transparantie maatschappelijke organisaties’ (J&V) en het UBO-register (Financiën). Dit overheidsbeleid is een reactie op ongewenste maatschappelijke ontwikkelingen zoals terrorismefinanciering, witwassen en haatzaaien. Vanzelfsprekend zijn wij van mening dat onze sector nooit gebruikt mag worden voor onmaatschappelijke en malafide activiteiten. Wij vinden echter dat de overheid en de sector gezamenlijk maatregelen kunnen uitwerken die doelgericht en effectief zijn en tegelijkertijd de maatschappelijke functie van onze sector en de geefbereidheid van het publiek niet aantasten.

Daarnaast zijn er ook ontwikkelingen en beleidsvoornemens die zich richten op consumentenbescherming zoals bijvoorbeeld een opt-in regiem voor telemarketing (EZK), een voorgenomen verbod op STER-reclame voor 20.00 uur bij de publieke omroep (OC&W) en ook de recente ontwikkelingen op het gebied van ongeadresseerde post – de JA/JA sticker in Amsterdam.

Wij constateren dat het ontbreekt aan centrale coördinatie waarbij de belangrijke maatschappelijke functie van onze sector erkend en geborgd wordt. Dit wil Goede Doelen Nederland bij overheid en politiek adresseren.

Welke acties zijn ondernomen?
Daarom heeft Goede Doelen Nederland, in SBF-verband, deze ontwikkeling rond de zomer onder de aandacht gebracht bij de heer Riedstra, secretaris generaal bij het ministerie van Justitie & Veiligheid (J&V). Op dit moment heeft J&V een coördinerende taak als het gaat om de filantropie. In de brief wordt aangedrongen op erkenning van de maatschappelijke waarde van de onze sector en wordt de overheid uitgenodigd om de relatie én samenwerking een nieuwe impuls te geven. Dit heeft geleid tot een aantal overleggen tussen de sector en de overheid (interdepartementaal). De overheid komt binnenkort met een beleidsreactie op de in 2018 gepresenteerde WRR-verkenning en heeft aangekondigd een beleidsvisie op filantropie te willen ontwikkelen.

Voorstel aan de overheid
Goede Doelen Nederland heeft, in SBF-verband, voorgesteld om samen met de overheid te komen tot een beleidsvisie op de filantropie door:

  • Een gezamenlijke opvatting te ontwikkelen over de waarde van filantropie.  
  • De essentiële randvoorwaarden vast te stellen om de maatschappelijke waarde van filantropie te borgen.
  • Uitgangspunten te benoemen voor een constructieve samenwerking tussen sector en overheid.
  • Beter begrip én erkenning bij de overheid te creëren voor het sterk zelfregulerende karakter van de sector.

Ronde Tafel met leden
Op 26 september heeft Goede Doelen Nederland een Ronde Tafel georganiseerd met een aantal directeuren van lid organisaties. Doel was om van gedachten te wisselen over de vraag hoe we de maatschappelijke waarde van onze sector beter in beeld kunnen brengen en hoe we de samenwerking met de overheid beter kunnen vormgegeven.

Duidelijk werd dat er meer besef nodig is bij de overheid dat zowel de sector als de afzonderlijke NGO’s van groot belang zijn voor het goed functioneren van onze maatschappij en mogelijke partners kunnen zijn van de overheid. De overheid heeft de sector nodig om de democratische samenleving in evenwicht te houden (bij een neo-liberale terugtrekkende overheid hoort meer civil space) en de overheid kan in de beleidsvoorbereiding de expertise binnen de sector veel beter benutten (zelfs bij antiterrorisme beleid). De discussie leverde een aantal gezamenlijke inzichten op:

  • De term filantropie roept verkeerde associaties op. Is niet van ‘de mensen’ en waarschijnlijk ook niet van de overheid. Refereert in de ogen van velen vooral aan rijke filantropen. Voorlopig wordt voorgesteld het te hebben over ‘maatschappelijk middenveld’ (is breder dan alleen goede doelen). Bedenk hiervoor een goed frame.
  • Hierbij moet beter ingespeeld worden op het feit dat het maatschappelijk middenveld burgerinitiatieven faciliteert en/of organiseert. Het is dus van ‘de mensen’ en vertegenwoordigt de idealen en de stem van de burgers. De maatschappelijke waarde is: de impact, het cement voor de samenleving (verbinding en sociale cohesie) en de bijdrage aan een pluriforme democratie (tegenkracht).
  • Vanuit de maatschappelijke functie hebben goede doelen ‘het recht om steun te vragen aan het publiek’. Goede doelen moeten wel kritischer zijn over het eigen handelen en wervingsmethoden om te voorkomen dat ze vooral geassocieerd worden met commerciële agressieve marketeers.
  • Het gaat niet alleen om ruimte voor vragen en geven (ruimte voor civil space). In het pleidooi (de visie/het frame) moet de nadruk liggen op ruimte om maatschappelijke impact te hebben.
  • Het maatschappelijk middenveld (burgerinitiatieven en –idealen) heeft een boegbeeld nodig. Iemand van buiten de sector met veel gezag die gemakkelijk het podium pakt, met veel overtuiging de maatschappelijke waarde van de sector verwoordt, deelneemt aan het maatschappelijke debat en de publieke en politieke opinie weet te beïnvloeden.
  • Stel een Commissie ‘Maatschappelijk Middenveld’ in om goed in beeld brengen wat de kracht en waarde is van het maatschappelijk middenveld (visie, casuïstiek, cijfers, etc.) en formuleer aanbevelingen voor (volgende) het kabinet(ten).

Wordt vervolgd!

Laatste Nieuws
Meer nieuws